HET REEWILDBEHEER

Binnen het werkgebied van de WBE “Het Reestgebied” treffen we vrij veel reewild aan.
Deze populaties hebben hun leefgebied in het kleinschalige Reestdal, de graslanden en
weidegebieden afgewisseld met struweel, kleine bosjes en andere landschap elementen
zoals maïs en graan velden. Daarnaast bestaat een deel binnen de WBE uit bosrijke
omgeving zoals de Boswachterij en het Carstenbos. Deze zijn ook weer omgeven door
een meer open landschap en vormen in zijn geheel een gevarieerde biotoop voor het
reewild.

Bij het beheer is de doelstelling gericht op duurzaam behoud van de populatie reeën
binnen het werkgebied volgens het besluit faunabeheer (artikel 10 lid d,e) in het FBE plan
en de daaraan verbonden wetgeving volgens de Flora en Faunawet. Het reewildbeheer
vindt plaats op basis van toewijzing door de Provincie en de FBE.

Al vele jaren worden er in de gebieden van de WBE reewildtellingen verricht. Bij de
tellingen vind de observatie plaats vanaf de wegen rond de bossen, langs het open veld,
 op de particuliere gronden met bosjes en begroeiing en op terreinen van Staatsbos en
de Stichting Het Overijssels Landschap.

Het reewild is een diersoort dat door de meeste mensen met sympathie wordt bejegend
en zijn aanwezigheid in het landschap wordt dan ook op prijs gesteld. Het relatief
afwisselende gebied binnen de WBE, met name het kleinschalige Reestdal en de weide-
gebieden en bosrijke omgeving bieden het ree volop bestaansmogelijkheden. Een
gezonde stand is essentieel.  Een te grote populatie draagt bij aan gevaarlijke verkeer-
situaties omdat de dieren dan wegtrekken uit de drukke biotoop op zoek naar een
rustiger locatie.





Naast het beheer en de natuurlijke regulatie kennen we ook nog het valwild. Onder
valwild worden verstaan verkeersslachtoffers, verdrinkingsslachtoffers, maaislachtoffers
en door ziekten getroffen dieren. We proberen deze gevallen zo duidelijk mogelijk te
registreren om beter inzicht te krijgen in de problemen op de voorkomende plekken. Bij
de politie worden helaas niet alle gevallen gemeld. Wanneer dode reeën worden
gevonden dient dat doorgegeven te worden aan de reewildcommissie binnen de WBE,
met vermelding van plaats, tijd, en vermoedelijke oorzaak. De reewildcommissie beheert
de valwildregistratie.
Wordt op een bepaalde plaats veel wild doodgereden of dood gevonden, dan kan
wellicht passende actie worden ondernomen in samenwerking met de wegbeherende
instanties. Het plaatsen en onderhouden van wildspiegels zal ook in overleg met de
lokale gemeenten plaatsvinden.



Het grootste deel van de grond binnen de WBE is in gebruik bij agrariërs. Over het
algemeen ondervindt het reewild  weinig verstoring van de landbouwactiviteiten. Dit
komt omdat graslanden door het ree voornamelijk worden gebruikt om te foerageren
en niet zozeer om te rusten. Een uitzondering daarop vormen maïspercelen, welke
door het ree wel worden gebruikt om te rusten. Maïs vervult voor het ree een duidelijk
functie. Het kan daarin dekking vinden in een periode van het jaar waarin de recreatie-
druk in de bossen juist het grootst is.
Jonge reeën kunnen in het voorjaar omkomen omdat ze dan tijdens het maaien
gemakkelijk door grasmaaimachines worden gegrepen.  Door het gebruik van
wildredders op de maaimachines kunnen deze ongelukken worden voorkomen.

Naast het voorkomen van valwild kan de WBE in samenwerking met grondeigenaren
en natuurorganisaties werken aan biotoop verbetering. Deze activiteit is erop gericht
om landschap elementen te herstellen of te verbeteren. Zolang dekking en voedsel
voldoende aanwezig is, blijft de biotoop voor het ree geschikt.


  © 2008 C.Wolters-Verdonk