WILDSOORTEN

Voor het faunabeheer binnen de WBE zijn zoals landelijk is geregeld nog 6 soorten
opengesteld voor de jacht. Het bejagen van deze soorten is wettelijk vastgelegd binnen
de flora- en faunawet. Vanwege de achteruitgang in de stand van de patrijs is de jacht
op deze soort gesloten.


Het betreft hier:

  • De Haas
  • Het konijn
  • De wilde eend
  • De houtduif
  • De fazant
  • (De patrijs)


  • De haas
    komt veelvuldig voor in het werkgebied van de WBE. de haas is te vinden in de
    weide velden waar het dekking zoekt in het hogere gras.

    Het konijn vinden we veelal in de bossen en in de drogere hoger gelegen gronden met
    bebossing. Hier maken ze holen met vele gaten waar ze samen in familie verband leven.

    De wilde eend is de meest bekende van alle voorkomende eendensoorten en zien we
    het gehele jaar door in de slootjes tussen de weilanden en in de grote vaarten. (verder
    in grote plassen en meertjes)

    De houtduif zien we veelvuldig vliegen boven de velden. Hij zoekt graag een mooi plekje
    op een tak om uit te kijken vanuit de bomen rond de weiden en akkers, maar deze soort
    is ook te zien in onze achtertuin of gewoon in de straat waar je woont.

    De fazant zien we minder, deze schuwe vogel houdt van een dichte dekking en het hoge
    gras. Het liefst een wat ruige natuurlijke omgeving om zich in te verschuilen.

    De patrijs is een zeldzame soort geworden. Deze kleine vogelsoort die in groepen leeft
    op kale akkers en “open” velden komt nog zo weinig voor dat deze niet bejaagd wordt. 
    (de jacht op de patrijs is niet toegestaan)

    Verder zijn er nog de volgende soorten die omwille van beheer en/of
    schadebestrijding bejaagd kunnen worden.  Dit kan alleen op basis van
    een toewijzing of een ontheffing van de Provincie.



    Kraai

    De kraai valt niet meer onder de wildsoorten. Afschot is sindsdien
    mogelijk door de landelijke vrijstelling. De schadedruk kan vooral
    ontstaan bij ontkiemende maïs, bloembollen, granen en fruit.
    Maar ook nieuw ingezaaid grasland, aardappelen, kool en bieten
    blijken gevoelig voor vraat door kraaiachtigen.


    Vos

    De vos is mee van het grootste roofzoogdier dat in Nederland
    voorkomt. De vos is van huis uit een echte vleeseter. Naast
    muizen, mollen en ratten vindt hij z’n prooi onder alle in het
    wild levende zoogdieren en vogels. De vos is erg schuw en
    we zullen hem overdag dan ook niet vaak zien. Het liefst
    verlaat hij in de avond zijn hol en maakt dan lange tochten door
    de bossen en de velden.


    Ganzen

    De meest voorkomende ganzen die we kennen zijn de grauwe
    ganzen en de kolganzen.  Deze soorten komen hier in het najaar
    om te overwinteren.  Lokaal zijn bepaalde populaties het gehele
    jaar door aanwezig.  In de meeste gevallen hebben agrariërs te
    maken met schade veroorzaakt door de grauwe ganzen, zowel
    in de herfst als in de zomer.


    Ree

    Het ree komt als tweehoevige herkauwer veelvuldig voor binnen
    Nederland. Ook binnen het werkgebied van de
    WBE “Het Reestgebied” is het ree goed vertegenwoordigd. 
    Door naast de dekking van de bossen, kleine bosjes en de
    houtsingels te benutten kunnen ze ook prima gedijen op de
    plaatsen waar geen bos aanwezig is. In de zomer bevinden
    zich de reeën voornamelijk in dekkingsrijke akkerbouwgewassen.
    Meestal zien we ze in groepjes, “reesprongen” genoemd.

     

      © 2008 C.Wolters-Verdonk